224pIn de omgeving van een onweerswolk heerst een
grote elektrische veldsterkte in de atmosfeer. Dit
is een gevolg van de grote ladingen in de wolk.
Ook op het aardoppervlak onder de wolk is
lading aanwezig. Het elektrische veld in de
atmosfeer buiten de wolk is op te vatten als het
elektrische veld dat ontstaat ten gevolge van vier
puntladingen die als volgt op één vertikale lijn
liggen (zie figuur 12):
→ een lading van +40 C in A op 8,0 km hoogte;
→ een lading van ‑40 C in B op 2,0 km hoogte;
→ een lading van +40 C in B' op 2,0 km onder het
aardoppervlak;
→ een lading van ‑40 C in A' op 8,0 km diepte.
Op de grond bevindt zich een punt P, op 4,0 km
afstand van de verticale lijn door de ladingen.
→ Bereken de grootte van de elektrische
veldsterkte in punt P ten gevolge van alleen de
lading in B.
Een deel van figuur 12 is vergroot weergegeven
op de bijlage.
→ Construeer in de figuur op de bijlage de
resulterende elektrische veldsterkte in P ten
gevolge van alle ladingen samen. Geef daarbij de veldsterkte uit de vorige vraag aan met een pijl van
4,0 cm lengte en de veldsterkte ten gevolge van de lading in A met een pijl van 1,0 cm.
In figuur 13 zijn de vlakken van gelijke potentiaal onder de onweerswolk in de omgeving van een
toren weergegeven.
243p→ Teken in de figuur op de bijlage de elektrische veldlijnen die door de punten L en M gaan.
De kans op blikseminslag is op de toren groter dan elders.
Daarom richt een onderzoeker een bliksemcamera op de toren.
De bliksemcamera bestaat uit twee camera's naast elkaar. De lenzen staan open. In de ene camera staat
de film stil. In de andere camera loopt een film in de aangegeven richting rond met een snelheid van
1000 m ⋅ s‑1 . Zie het bovenaanzicht in figuur 14.
In figuur 14 zijn de voorkant en de achterkant van de film gemarkeerd met respectievelijk 'voor' en
'achter'.
Op een bepaald moment slaat een bliksemontlading vanuit de toren naar de wolk. Op beide films
wordt de bliksem afgebeeld. De vergroting bedraagt 4,0 ⋅ 10‑4 .
De films worden over elkaar gelegd. Het resultaat is in figuur 15 afgebeeld op ware grootte.
De afbeelding in figuur 15 stelt de films voor, zoals ze gezien worden als men de achterkant van de
films het dichtst bij het oog houdt.
Het beeld van de toren op de bewegende film is niet weergegeven in figuur 15.