examensteller bronnen

natuurkunde havo 1993 · tijdvak 2 · nieuw programmaOvergetypte versie. De opmaak volgt het origineel zo dicht mogelijk, maar is niet het originele zetwerk.

bij dit examen

Natuurkunde Havo 1993-II.

opgave 1Opgave 1 Vreugdevuur

In de Volkskrant van 7 maart 1991 stond het volgende artikeltje naar aanleiding van het einde van de
golfoorlog. Lees dit en beantwoord daarna de vragen.
krante-artikel

opgave 2Vreugdevuur is gevaarlijk

Het moet een uiting van vreugde zijn, maar in feite bereiken ze een hoogte van zo'n drie kilometer
is het levensgevaarlijk: een machinegeweer in de Daarna vallen ze terug naar het aardoppervlak.
lucht leegschieten. Koeweitse militairen en
verzetslieden gaven zich er na de herovering van een snelheid van honderd meter per seconde. Ze
hun land veelvuldig aan over om hun blijdschap te hebben dan niet meer de vernietigende werking
tonen over de overwinning op de Irakezen. Het
magazijn van een gemiddeld machinegeweer
bevat dertig patronen, die in drie seconden
kunnen worden verschoten. Wanneer de kogels die van een flatgebouw wordt gegooid.
min of meer recht omhoog worden geschoten,
Uit de tekst blijkt dat een kogel ongeveer drie kilometer hoog komt.
13p
→ Bereken met welke snelheid de kogel de grond zou bereiken als deze van een hoogte van 3,0 km zou
vallen en daarbij geen luchtwrijving zou ondervinden.
Volgens het artikel mogen we veronderstellen dat een kogel die in lucht vanaf 3,0 km hoogte valt, de
grond bereikt met een snelheid van 100 m/s.
Een kogel heeft een massa van 25 g.
23p
→ Bereken hoeveel energie er tijdens de val is omgezet in warmte.
Eén van de kogels treft met een snelheid van 100 m/s een blok hout dat op de grond ligt, en dringt
daarin 4,5 cm door.
33p
→ Bereken de gemiddelde kracht die het hout op de kogel heeft uitgeoefend tijdens het afremmen.

opgave 3Opgave 2 WTC-lift

Bezoekers van het World Trade Centre (WTC) in
New York (zie figuur 1) kunnen vanaf een 430 m hoog
platform van het uitzicht over de stad genieten. Men
bereikt de honderdste verdieping per lift, daarna gaat men
met een roltrap verder. De liften bereiken snelheden van
bijna 30 km/uur en doen ongeveer één minuut over de
klim. Op een zeker ogenblik, t = 0, vertrekt een lift vanaf
de begane grond.
Het verloop van de snelheid is als functie van de tijd
vereenvoudigd weergegeven in figuur 2.
figuur bij de opgave
42p
→ Bepaal de versnelling van de lift direct na het vertrek.
53p
→ Bepaal met behulp van figuur 2 de hoogte van de honderdste verdieping boven de begane grond.
De lift met passagiers heeft een massa van 3900 kg en wordt met behulp van een kabel omhoog
getrokken. Wrijvingskrachten op de lift worden verwaarloosd.
63p
→ Bepaal het vermogen dat nodig is voor het omhoog brengen van de lift in de periode dat deze eenparig
beweegt.
74p
→ Bepaal de spankracht in de liftkabel op tijdstip t = 56 s.

opgave 4Opgave 3 Laser

Een laser is een lichtbron die licht van één enkele golflengte uitzendt. Dat licht wordt bovendien in
één bepaalde richting uitgezonden. Een helium-neonlaser bevat een gasontladingsbuis gevuld met
helium en neon. In deze buis bevinden zich ook vrije elektronen. Deze elektronen worden door een
homogeen elektrisch veld versneld. De elektronen moeten een energie van minstens 20,6 eV hebben
om heliumatomen door een botsing in de juiste aangeslagen toestand te brengen.
83p
→ Bereken de snelheid van een elektron dat een kinetische energie heeft van 20,6 eV.
Het elektrische veld wordt veroorzaakt door een potentiaalverschil van 2,95 kV dat tussen twee
elektroden wordt aangelegd. De afstand tussen de elektroden bedraagt 12,0 cm. Zie figuur 3. De
potentiaal tussen de elektroden als functie van de afstand tot K is weergegeven in figuur 4.
figuur bij de opgave
Een bepaald elektron in de buis wordt vanuit stilstand versneld en botst even later op een
heliumatoom, dat in de grondtoestand verkeert. Daarbij wordt dit atoom in een aangeslagen toestand
gebracht, waarbij de energie 20,6 eV hoger is dan de grondtoestand. De afstand die het elektron heeft
afgelegd totdat het op het heliumatoom botst, noemt men de 'vrije weglengte'.
93p
→ Bereken hoe groot de vrije weglengte van dit elektron minimaal moet zijn geweest.
Het aangeslagen heliumatoom botst vervolgens tegen een neonatoom. Bij deze botsing wordt energie
overgedragen en raakt het neonatoom op zijn beurt in een aangeslagen toestand met een energie van
20,6 eV. Spoedig hierna zal het neonatoom echter een foton uitzenden met een bijbehorende
golflengte van 633 nm. Het rode licht dat de laser uitzendt, heeft deze golflengte.
103p
→ Bereken de energie van de aangeslagen toestand van het neonatoom direct na het uitzenden van het
foton.

opgave 5Opgave 4 Oud en nieuw

Men wil onderzoeken wat het verschil is tussen een langdurig gebruikt en een nog niet gebruikt
gloeilampje. Daartoe bepaalt men van beide lampjes het ( I,V )-diagram. Het resultaat van deze
metingen is weergegeven in figuur 5.
figuur bij de opgave
113p
→ Bepaal de weerstand van lampje 1 bij een spanning van 3,5 V.
Bij onderzoek van de gloeidraden blijkt de gloeidraad van een oud lampje op bepaalde plekken
aanzienlijk dunner dan die van een nieuw lampje. Oorzaak hiervan is de verdamping van het metaal
van de gloeidraad door de zeer hoge temperatuur tijdens het branden.
123p
→ Leg met behulp van figuur 5 uit welke van de twee lampjes het nieuwe lampje is.
134p
143p
153p
Men bouwt met deze twee lampjes de schakeling
waarvan het schema in figuur 6 is getekend. De
bron levert een constante spanning van 10,0 V.
De voltmeter wijst een spanning van 4,5 V aan.
→ Bepaal de weerstand van R.
Daarna verwijdert men de weerstand R en sluit
men de lampjes in serie met een stroommeter aan
op de spanningsbron. Zie figuur 7.
→ Bepaal de sterkte van de stroom door de
stroommeter.
→ Leg uit welk lampje het felst brandt.
figuur bij de opgave

opgave 6Opgave 5 Magnetron

Een magnetron is een apparaat waarin met behulp van 'microgolven' voedsel en dranken kunnen
worden opgewarmd. Microgolven zijn elektromagnetische golven met een hoge frequentie. De in
voedsel aanwezige watermoleculen gaan onder invloed van deze golven heftiger trillen, waardoor de
temperatuur van het voedsel stijgt.
De microgolven worden opgewekt in een afgesloten ruimte, waarvan een doorsnede schematisch is
getekend in figuur 8.
figuur bij de opgave
In het midden bevindt zich een metalen cilinder K. Daaromheen bevindt zich een metalen wand W.
De wand is positief geladen ten opzichte van de cilinder. In de wand zit een aantal zogenaamde
trilholten. Een homogeen magnetisch veld staat loodrecht op het vlak van tekening. K zendt
elektronen uit, die in het magnetische veld worden afgebogen. De baan van één elektron is in figuur 8
getekend.
163p
→ Leg met behulp van een tekening met vectoren uit, welke richting het magnetische veld heeft.
Als de ronddraaiende elektronen de trilholten passeren, ontstaan daarin microgolven.
Deze golven worden naar de ruimte geleid waarin voedsel verwarmd kan worden.
De frequentie van de microgolven is 2450 MHz.
173p
→ Bereken de golflengte van deze microgolven.
In de verwarmingsruimte van de magnetron wordt een porseleinen beker met 200 g water geplaatst.
We gaan het water verwarmen door het maximale vermogen van de magnetron aan te zetten. Volgens
de fabrieksgegevens is het maximale vermogen dat de magnetron via microgolven kan leveren 650 W.
Tijdens het verwarmen wordt een aantal malen de temperatuur van het water gemeten. Het resultaat
van deze metingen is uitgezet in het diagram van figuur 9.
figuur bij de opgave
184p
→ Bepaal hoe groot het rendement is van de omzetting van elektromagnetische energie in inwendige
energie van het water.
Om het elektromagnetische vermogen van 650 W te kunnen leveren, moet de magnetron een
vermogen van 1,25 kW van het lichtnet opnemen.
In de keuken waar de magnetron staat, bevinden zich nog meer elektrische apparaten: lampen met een
totaal vermogen van 250 W en een koelkast van 200 W. De apparaten in de keuken zijn in de
meterkast aangesloten op één groep. Deze groep is beveiligd met een smeltveiligheid van 16 A. De
netspanning bedraagt 230 V.
Men wil nog een elektrische oven van 2,2 kW in de keuken aansluiten.
193p
→ Leg met behulp van een berekening uit of het verstandig is om al deze apparaten samen op deze groep
aan te sluiten.

opgave 7Opgave 6 Straling in je lichaam

In het spierstelsel van een volwassene bevindt zich kalium, dat voor een klein deel uit de isotoop 40 K
bestaat. Kalium‑40 is radioactief en vervalt onder uitzending van β ‑ straling.
203p
→ Geef de vervalreactie van 40 K.
De gemiddelde activiteit van het radioactieve kalium in het spierstelsel van een volwassene bedraagt
3,1 ⋅ 103 Bq.
De activiteit ( A ) van een radioactieve stof hangt af van het aantal radioactieve kernen ( N ) en de
halveringstijd ( t½ ). Er geldt:
A = 0,693 t½N
Er zitten in kalium 1,54 ⋅ 1022 atomen per gram. Kalium bestaat voor 0,012% uit de isotoop 40 K.
214p
→ Bereken de massa van al het kalium in het spierstelsel van een volwassene.
De energie die een β ‑ deeltje uit de kaliumkern afstaat aan het spierstelsel is gemiddeld 0,44 MeV. Een
volwassene heeft gemiddeld 30 kg spierweefsel.
223p
→ Bereken de stralingsdosis die het spierstelsel in een jaar van dit kalium absorbeert.

opgave 8Opgave 7 Lichtsensor

Glasvezels kunnen gebruikt worden om licht te geleiden naar een plaats waar het niet rechtstreeks kan
komen.
In figuur 10 is een gebogen glasvezel getekend.
figuur bij de opgave
AB en A'B' zijn kwart cirkels met middelpunt M. Bij P valt een rode lichtstraal op het oppervlak van
de glasvezel. De lichtstraal vervolgt zijn weg tot C. De brekingsindex voor dit licht is overal in de
glasvezel 1,71. Figuur 10 staat ook op de bijlage.
234p
→ Toon met behulp van de figuur op de bijlage en een berekening aan dat er bij C totale reflectie
optreedt.
242p
→ Teken in de figuur op de bijlage het verloop van de getekende lichtstraal tot SS' bereikt wordt.
Licht dat uit SS' komt, laat men op een LDR vallen. De LDR is onderdeel van een schakeling, die
getekend is in figuur 11. Met deze schakeling kan een lichtsignaal omgezet worden in een elektrische
spanning.
figuur bij de opgave
De weerstand van R is 10 k Ω . In onbelichte toestand is de weerstand van de LDR hoog, waardoor de
spanning over weerstand R laag is.
In de belichte toestand van figuur 12 is de weerstand van de LDR gedaald tot 1,2 Ω .
253p
→ Bereken tot welke waarde de spanning tussen de punten T en U stijgt als een lichtbundel de LDR treft.
De schakeling van figuur 11 wordt gebruikt als lichtsensor.
In de opstelling van figuur 2 slingert een blokje aan een koord. Daardoor onderbreekt het blokje een
lichtbundel, telkens als het de evenwichtsstand passeert. Deze lichtbundel staat gericht op de LDR.
figuur bij de opgave
De spanning tussen T en U wordt als signaal toegevoerd aan een systeembord. Op het bord is een
schakeling gebouwd waarmee men kan tellen hoe vaak het blokje de evenwichtsstand passeert. Deze
schakeling is getekend in figuur 13.
figuur bij de opgave
De comparator staat zodanig ingesteld dat de pulsteller begint te tellen als het ingangssignaal van de
pulsteller van laag naar hoog gaat.
Het blokje wordt in een uiterste stand losgelaten.
263p
→ Leg uit of het tellen begint als de lichtbundel onderbroken wordt, of als het blokje net de bundel
gepasseerd is.
Onder de slingertijd verstaan we de duur van één volledige periode. Om deze te meten wordt een
afzonderlijke klok gebruikt. Deze klok loopt als het toegevoerde signaal hoog is en staat stil als het
toegevoerde signaal laag is.
Men bouwt de schakeling van figuur 14.
figuur bij de opgave
Het blokje wordt weer in een uiterste stand losgelaten. Even later begint de klok te lopen.
273p
→ Leg uit na hoeveel slingertijden de klok voor het eerst stopt.
Iemand krijgt de opdracht een schakeling te ontwerpen, waarbij de klok precies na één slingertijd voor
het eerst stopt. Een deel van de schakeling is reeds in de figuur op de bijlage getekend.
283p
→ Voltooi de schakeling zodat deze aan de gestelde eis voldoet.
Met deze opstelling meet men een slingertijd van 1,65 s.
De slingerlengte is 67,4 cm.
293p
→ Bereken met deze gegevens de valversnelling.
Bijlagen:
Vragen 23 en 24:
figuur bij de opgave
Vraag 28:
figuur bij de opgave
Einde.