examensteller bronnen

natuurkunde havo 1972 · tijdvak 2Overgetypte versie. De opmaak volgt het origineel zo dicht mogelijk, maar is niet het originele zetwerk.

bij dit examen

Havo Natuurkunde herexamen 1972

opgave 1Voor de beantwoording van onderstaande vragen dient gebruik

antwoordpapier. Ook indien de vragen niet beantwoord worden, moet het bijgevoegde antwoordpapier
a
worden ingeleverd.
Van een geladen condensator is één der platen (B) geaard (zie fig. 1).
De andere plaat (A), die geïsoleerd is opgesteld, heeft een potentiaal
van 40 V. De afstand tussen de platen bedraagt 2 cm.
1. Teken het verloop van de grootte van de potentiaal ( V ) in de punten
tussen de platen van de condensator als functie van de afstand ( s ) tot
plaat B.
2. Teken het verloop van de grootte van de elektrische
veldsterkte ( E ) in de punten tussen de platen van de condensator als
functie van de afstand tot plaat B.
Men halveert de afstand tussen de platen.
figuur bij de opgave
b
1. Teken het verloop van de grootte van de potentiaal in de punten tussen de platen van de condensator
als functie van de afstand tot plaat B.
2. Teken het verloop van de grootte van de elektrische veldsterkte in de punten tussen de platen van de
condensator als functie van de afstand tot plaat B.
Van de condensator wordt plaat A geleidend verbonden met de positieve pool van een
gelijkspanningsbron, terwijl plaat B geaard blijft. Ook de negatieve pool van de spanningsbron is
geaard. De bronspanning van de spanningsbron is 40 V. De afstand tussen de platen wordt weer op
2 cm gebracht (zie figuur 2).
c
1. Geef grafisch het verband weer van de potentiaal in een punt tussen de platen van de condensator en
de afstand tot plaat B.
2. Geef grafisch het verband weer van de elektrische veldsterkte tussen de platen van de condensator
en de afstand tot plaat B.
d
Men halveert de afstand tussen de platen terwijl plaat A
verbonden blijft met de positieve pool van de
gelijkspanningsbron en plaat B geaard blijft.
1. Teken het verloop van de grootte van de potentiaal in de
punten tussen de platen van de condensator als functie van
de afstand tot plaat B.
2. Teken het verloop van de grootte van de elektrische
veldsterkte in de punten tussen de platen van de condensator
als functie van de afstand tot plaat B.
figuur bij de opgave

opgave 2In een luchtledige buis bevinden zich twee elektroden P en Q

waaruit door bestraling met licht van een geschikte golflengte elektronen vrijgemaakt kunnen
worden. Met behulp van de in figuur 3 aangegeven schakeling kan tussen P en Q een te veranderen
potentiaalverschil worden aangelegd.
Men beschikt verder over drie monochrornatische lichtbronnen P A, B en C van gelijke lichtsterkte.
Lichtbron A zendt licht uit met een golflengte van 450 nm, lichtbron B licht met een golflengte van
640 nm en lichtbron C licht met een golflengte van 750 nm. Vanuit lichtbron B valt licht op plaat P.
De galvanometer G geeft geen uitslag bij de getekende stand van het schuifcontact S. Verschuift men
het schuifcontact S over de weerstand R naar links, dan wijst de galvanometer bij een bepaalde stand
stroom aan.
van S wel een
a. Verklaar dit.
Men plaatst het schuifcontact S weer in zijn oorspronkelijke stand en vervangt de lichtbron B door de
lichtbron A. De galvanometer wijst nu een stroom aan.
b
Waarom moet men nu het schuifcontact S naar rechts verplaatsen opdat de galvanometer geen uitslag
meer vertoont?
Het schuifcontact S wordt opnieuw in de oorspronkelijke stand geplaatst. Lichtbron A wordt
vervangen door lichtbron C.
c
Geeft de galvanometer nu een uitslag? Licht het antwoord toe. Men vervangt de lichtbron C weer door
lichtbron A. Het schuifcontact S wordt zodanig geplaatst dat de galvanometer een duidelijke uitslag
geeft.
De intensiteit van lichtbron A wordt vervolgens verdubbeld.
d
Wordt hierdoor de uitslag van de galvanometer beïnvloed? Licht het antwoord toe.

opgave 3Met een fototoestel met openstaande sluiter worden in een ve

een koord dat in staande transversale golfbeweging verkeert. De deeltjes van het koord trillen met een
frequentie f . Voor de belichting wordt gebruik gemaakt van een stroboscoop. Een stroboscoop is een
toestel waarin zich een flitslamp bevindt die met regelmatige tussenpozen een lichtflits geeft. De
stroboscoop wordt zo ingesteld, dat de eerste flits wordt afgegeven als de deeltjes van het koord zich
juist in één van de uiterste standen bevinden.
a
Wat verstaat men onder een transversale golfbeweging?
Men maakt vier foto's, waarbij de frequentie waarop de stroboscoop is ingesteld, achtereenvolgens
gelijk is aan: f , ½ f , 2 f en 4 f . Op elke foto is een gedeelte van het koord afgebeeld ter lengte van een
golflengte.
b
Teken in vier afzonderlijke figuren, op dezelfde schaal, de vorm(en) van het koord zoals het op elk van
de foto's is afgebeeld.
Men stelt de stroboscoop nu zo in, dat de eerste flits gegeven wordt op het moment dat het koord door
de evenwichtsstand gaat.
c
Beantwoord voor dit geval nog eens, in vier afzonderlijke figuren, vraag b.

opgave 4Een wagentje waarvan de massa 0,3 kg bedraagt, staat op een

wagentje wordt door een gewicht met een massa van 0,2 kg in beweging gebracht. Het gewicht is
bevestigd aan een touw dat over een gladde pen is geslagen. Een elektromagneet, aangesloten op een
wisselspanningsbron, brengt een schrijfstift in trilling, die met een frequentie van 20 hertz stippen zet
op een smalle strook papier die door het wagentje wordt voortgetrokken.
a
Bereken de versnelling die het wagentje krijgt, wanneer geen rekening wordt gehouden met de
optredende wrijvingskrachten en met de massa's van de papierstrook en van het touw.
b
c
d
figuur bij de opgave
In werkelijkheid mogen de wrijvingskrachten niet verwaarloosd
worden.
In figuur 4 is een willekeurig deel van de papierstrook weergegeven,
zoals die eruit zag na een rit van het wagentje over de tafel.
Bepaal door meting de onderlinge afstanden van de stippen in mm
nauwkeurig.
Bereken uit de onderlinge afstand van de stippen de gemiddelde
snelheid die het wagentje tussen elk tweetal opeenvolgende meetpunten
had.
Is de beweging van het wagentje eenparig versneld? Licht het antwoord
toe.
figuur bij de opgave
Beantwoord naar keuze óf vraag 5A óf vraag 5B.
5A. In een cilinder bevindt zich onder een luchtdicht afsluitende zuiger een hoeveelheid gas. Het gas heeft
een volume van 2 ⋅ 10-3 m3 en een spanning van 2 ⋅ 105 N/m2 (toestand A).
a
Bereken de spanning die het gas krijgt indien het bij constante temperatuur wordt samengeperst, totdat
het volume viermaal zo klein geworden is (toestand B).
b
Teken in een grafiek het verband tussen spanning p en het volume V bij deze samenpersing. Geef in de
figuur duidelijk de toestanden A en B aan.
c
Als in toestand A de gemiddelde afstand van de deeltjes a meter bedraagt, hoe groot is dan de
gemiddelde afstand in toestand B?
Nadat het gas weer in toestand A is teruggebracht wordt het vervolgens adiabatisch, d.w.z. zonder
warmte-uitwisseling met de omgeving, samengeperst tot het volume viermaal zo klein geworden is.
d
Schets in de in vraag b gevraagde figuur door middel van een stippellijn het verband tussen spanning p
en volume V bij deze adiabatische samenpersing.
e
Verklaar het verschil tussen beide grafieken.
5B. In een afgesloten ruimte bevindt zich een vloeistof met zijn damp in evenwicht. In figuur 5 is voor een
bepaalde hoeveelheid van deze stof bij gelijkblijvend volume de druk van de damp als functie van de
absolute temperatuur uitgezet.
figuur bij de opgave
a
Waar ligt in figuur 5 het nulpunt van de temperatuur? (Links van 0, in 0 of rechts van 0.) Licht het
antwoord toe.
b
Verklaar waarom bij een temperatuurstijging van xl naar x2 de druk sterker toeneemt dan bij een even
grote temperatuurstijging van x2 naar x3 .
Bij de temperatuur x3 wordt van dezelfde hoeveelheid damp het volume verdubbeld. Daarna wordt bij
constant volume de temperatuur verlaagd van x3 tot x1
c
1. Geef in figuur 5 door middel van een stippellijn het verband tussen druk en temperatuur bij deze
temperatuurdaling weer.
2. Verklaar het verloop van deze stippellijn.